De copywriters van Albert Heijn hebben een nieuw bijvoeglijk naamwoord omarmd: volzoet. Kocht ik op maandag al volzoete tomaten, blijk ik dinsdag volzoete aardbeien in mijn mandje te hebben liggen.

Letterheldin Brigitte Buissink beschrijft wat haar op taalgebied opvalt in de media en in haar omgeving: van markante trends tot tenenkrommende ergernissen.
De copywriters van Albert Heijn hebben een nieuw bijvoeglijk naamwoord omarmd: volzoet. Kocht ik op maandag al volzoete tomaten, blijk ik dinsdag volzoete aardbeien in mijn mandje te hebben liggen.
Deze kop trof ik zojuist boven een krantenartikel aan. Inhoudelijk al een treurige mededeling, maar ook syntactisch niet bepaald vrolijk makend.
‘Hoe erg is dat’ is erg. Maar ‘zometeen’, hoe erg is dat?
Met stip binnen op één in de stopwoordentoptien: ‘sowieso’. Zelfs ik zeg het vaak – vaker dan me lief is – maar het is dan ook een fijn stopwoord.
Vandaag maken de cybercriminelen het wel heel erg bont.
Vanmorgen ontving ik weer eens een mail van internetcriminelen, die op slinkse wijze de inloggegevens van mijn Rabo-rekening probeerde te achterhalen. Nu ja, slinkse…
Ondanks mijn strakke werkschema kan ik het niet laten een taaltrend onder de aandacht te brengen, of, zoals ik steeds vaker hoor, ‘voor het voetlicht te brengen’.
Wat is dat toch met die bezittelijke voornaamwoorden? Zo moeilijk is dat toch niet? Al eerder schreef ik erover, maar nu schijnt een nog veel hardnekkiger misbruik plaats te vinden, en ook nog eens op grote schaal.
Raar eigenlijk: dat je je leven lang een woord gebruikt, zonder bij de betekenis of het nut stil te staan. Zo wees een vriendin me vorige week op het veelvuldig gebruik van ‘eigenlijk’.
Laatst jeukten mijn handen al toen ik een bericht over een zilveruitjeskartel tegenkwam, dat net als twee paprikacoöperaties (!) beboet werd voor illegale samenwerking en prijsafspraken.