Een brief aan een nauwelijks Nederlands sprekende vluchteling zou begrijpelijk moeten zijn, toch? ‘In beginsel wel,’ zou de IND zeggen.

Letterheldin Brigitte Buissink beschrijft wat haar op taalgebied opvalt in de media en in haar omgeving: van markante trends tot tenenkrommende ergernissen.
Een brief aan een nauwelijks Nederlands sprekende vluchteling zou begrijpelijk moeten zijn, toch? ‘In beginsel wel,’ zou de IND zeggen.
Van kinds af aan zie ik al overal dieren. Staat daar een hoekige Osborne-sherry-stier in het weiland? O nee, dat is een elektriciteitskastje.
Huishoudelijk geweld. Een groeiend probleem in onze samenleving, vooral voor taalpuristen.
Tot voor kort had ik een taalmaatje. Hij confronteerde mij met schier onuitlegbare inconsistenties in het Nederlands.
Dat geldt voor de schrijfwijze van ‘per se’ of ‘sowieso’. Maar ook voor de hoeveelheid kaarten in het borstzakje van de scheidsrechter….
Met enige regelmaat stel ik beroepsmatig de vraag waar mensen gewerkt hebben. Het valt me op dat ik steevast het antwoord krijg: ‘Ik was werkzaam bij …’
Wat is er mis met: ‘Ik werkte bij’? Is dat te gewoon?
Al grasduinend in mijn archief kwam ik dit stukje tegen, dat ik in 2003 schreef ter afscheid van de Taalweb-rubriek ‘Een stukje taalergernis’.
Natuurlijk zag jij direct die joekel van een taalfout in de titel. Helaas zijn er hele volksstammen die er geen kwaad in zien. ‘Het gebeurd’ en ‘dat betekend’, ik kom het dagelijks tegen.
Het is een hardnekkig misverstand dat lezers je hoger achten wanneer je oubollige woorden gebruikt.
Oplettende lezers zullen onmiddellijk de taalfout in de titel herkend hebben. Ik vrees echter dat hordes Nederlanders er geen enkel probleem mee hebben, want steeds vaker hoor ik mensen ‘die’ gebruiken, waar ze toch echt ‘dat’ zouden moeten bezigen